Als ik plaatsneem op een barkruk in de bar van ons hotel in Tonopah kijkt de oude man die links van me zit me met waterige ogen aan. Ik sein de barvrouw en bestel twee biertjes. Ik voel dat de oude man nog steeds naar me staart, maar probeer me er niet aan te storen.

Vriendje schuift naast me aan de bar en neemt een gulzige slok van zijn biertje. Op dat moment merkt ook hij de oude man op, die inmiddels in discussie is met de barvrouw. Het zojuist door hem bestelde biertje wordt hem geweigerd en de barvrouw zet een grote mok koffie voor hem neer. “You had enough Ricky”, voegt zij daaraan toe. Ricky draait zich naar ons om en kijkt ons met een wazige blik aan. Het is duidelijk dat hij de puf niet heeft om de strijd met de barvrouw nog verder aan te gaan.

Ricky richt uit het niets het woord tot vriendje. “What’s an ugly guy like you, doing with a pretty girl like her?”. Vriendje en ik kijken elkaar even verbaasd aan voor we in lachen uitbarsten. Ricky lacht niet mee. Hij kijkt vriendje bloedserieus aan en wacht op een antwoord. We besluiten niet in te gaan op deze gekke openingszin, maar het ijs tussen ons en de oude man is gebroken.

We bekijken Ricky eens goed. Zijn haar is flink uitgedund en in zijn mond zitten nog maar enkele tanden. Ricky ziet er uitgeleefd uit en het lijkt ons dat dit niet de eerste keer is dat hij dronken aan de bar van dit befaamde spookhotel hangt. We stellen Ricky wat beleefdheidsvragen en voor we het weten krijgen we een indrukwekkend levensverhaal voorgeschoteld.

Als jonge jongen werd Ricky naar Vietnam gestuurd om te dienen in het Amerikaanse leger. Hij vertelt ons in het kort hoe dat voor hem was. Om als jonge Amerikaan je toekomstdromen opzij te moeten schuiven voor een oorlog waar je niets mee van doen hebt, in een land waar je niets van weet.

Ricky’s verhaal begint eigenlijk pas echt na zijn eerste slok, inmiddels waarschijnlijk koude, koffie. “When I came back from ‘Nam”, zo gaat Ricky van start. Wat hier op volgt doet ons ademloos luisteren naar het verhaal van deze getekende man. Als de jonge Ricky terugkeert uit Vietnam wordt hij in zijn eigen land door vele mensen uitgekotst vanwege zijn deelname aan de Vietnam-oorlog. Dat zijn deelname aan deze oorlog niet vrijwillig was deed er voor velen niet toe. Hij vertelt ons hoe hem bij aankomst op Amerikaanse bodem in een café een kop koffie geweigerd werd. Er werd geen koffie geserveerd aan jongens die hadden deelgenomen aan de oorlog in Vietnam, zo werd hem verteld. Dit was het moment waarop het hem duidelijk werd dat zijn terugkomst hem niet gemakkelijk gemaakt zou worden.

Ricky heeft een zwaar accent en het kost ons af en toe wat moeite om zijn verhaal te volgen. Maar de grote lijnen zijn duidelijk. Deze man heeft een pittig leven achter de rug. Als we hem op zijn woord moeten geloven is hij zowel zijn vrouw als kinderen kwijt geraakt en is hij al jaren alleen op de wereld. Maar Ricky is geen zeurende oude man. Regelmatig wisselt hij de ernstige verhalen af met gekke en vooral lachwekkende opmerkingen. Zo kijkt hij ons midden in één van de verhalen aan en zegt: “When I was in ‘Nam, I got shot twice! One time in my back and one time in my butt. And the bullits are still there!”. Braafjes knikken wij, bij gebrek aan een zinnig antwoord. Maar Ricky verwacht interactie en vraagt ons te raden op welke van de twee achtergebleven kogels hij het meest trots is. Wachten op een antwoord doet hij echter niet. “The one in my butt!”, schalt het door de bar, gevolgd door een maf grinnikje. Wij grinniken maar met hem mee…

Aan alles komt een einde en ook Ricky besluit uiteindelijk huiswaarts te gaan. Wij blijven nog even hangen. We bevinden ons in het beruchte Mizpah (spook)hotel en om eerlijk te zijn hangt er een licht gespannen sfeer. Terwijl wij onszelf nog een beetje moed indrinken vertelt de barvrouw iedereen die het horen wil welke geestverschijningen zich in welke kamers bevinden. Wanneer wij richting de kamer gaan en de barvrouw in kwestie ons “sleep tight” toeroept, kijken we haar wat ongemakkelijk aan. Na al die spookverhalen hopen we toch nog een oogje dicht te doen.

Als ik de volgende ochtend diezelfde barvrouw spot wil ik haar nog even aanspreken over Ricky. Maar iets in me zegt me het niet te doen. Met de sfeer die hier in het hotel hangt zou het me namelijk niets verbazen als de barvrouw zegt: “Ricky? He used to come here a lot. But he died years ago!”. Ik wuif nog even naar haar en terwijl ik opgelucht de deur uit stap. Op naar een spookloos hotel!

Mizpah Hotel, Tonopah, Nevada
Mizpah Hotel, Tonopah, Nevada